Wat is meineed?

Meineed is het opzettelijk niet vertellen van de waarheid, nadat je de eed of de belofte hebt afgelegd. Bijvoorbeeld een getuige die verklaart dat de verdachte het feit heeft gepleegd, terwijl hij weet dat de verdachte helemaal niets heeft gedaan. Maar ook de ‘helpende’ getuige die juist verklaart dat de verdachte het feit niet heeft gepleegd, terwijl verdachte dit wel heeft gedaan. Tot slot kan worden gedacht aan rechercheurs die bijvoorbeeld bewijsmateriaal achterhouden of politieagenten die in hun proces-verbaal het gebruik van geweld niet melden. Meineed komt vooral voor in het strafrecht, maar speelt zich ook af in het civiele recht (rechtszaken tussen burgers).

Is meineed strafbaar?

Het misdrijf meineed is op grond van artikel 207 lid 1 Wetboek van Strafrecht strafbaar. Op meineed staat een maximum gevangenisstraf van zes jaar of een geldboete van maximaal € 22.500. Op het moment dat iemand meineed pleegt in een strafzaak en dit nadelig is voor de verdachte, wordt de maximumstraf verhoogd naar negen jaar gevangenisstraf of een geldboete van maximaal € 22.500 (dit staat in artikel 207 lid 2 Wetboek van Strafrecht).

Kan een verdachte meineed plegen? 

Een verdachte kan in zijn eigen strafzaak in principe liegen zonder strafbaar te zijn. Meineed kan alleen gepleegd worden door personen die onder ede staan. Een verdachte staat in zijn eigen strafzaak niet onder ede. Een verdachte kan eventueel wel in de strafzaak van een ander meineed plegen, als de verdachte in die strafzaak een getuigenverklaring aflegt.

Wat is de eed en waarom wordt deze gebruikt?

De eed is de belofte om de gehele waarheid en niets anders dan de waarheid te vertellen. De eed moet ervoor zorgen dat mensen geen valse verklaringen afleggen. Een valse getuigenverklaring kan in een strafzaak verstrekkende gevolgen hebben voor de verdachte. Een getuigenverklaring kan namelijk gebruikt worden als bewijsmiddel om een verdachte te veroordelen. Het is daarbij van belang dat de rechter zeker weet dat de getuigenverklaring de waarheid is.

Alles wat de getuige vertelt hoeft niet daadwerkelijk gebeurd te zijn. Het gaat erom dat de getuige verklaart wat hij zelf gezien heeft (of vermoedt gezien te hebben). Een getuige kan zich bijvoorbeeld ook vergissen of slechts een deel van het strafbare delict hebben gezien. Het is dan van belang dat de getuige dat aangeeft in zijn verklaring. Een getuige die vermoedt dat hij de verdachte herkent als overvaller, maar dit niet honderd procent zeker weet, zal dit in zijn verklaring moeten aangeven. Een getuige zal dan de waarheid spreken, ook al blijkt later dat de verdachte de overval helemaal niet gepleegd heeft.

Wat gebeurt er als je een valse verklaring aflegt?

Een valse verklaring afleggen is eveneens strafbaar. Het afleggen van een valse verklaring valt niet altijd onder meineed. Het ligt eraan of de valse verklaring onder ede is afgelegd. Als dat het geval is, is er sprake van meineed. Op het moment dat een rechter vermoedt dat iemand meineed pleegt, kan de rechter een onderzoek instellen. Het vaststellen van meineed is niet zo eenvoudig als het misschien klinkt. Als een getuige toegeeft een valse verklaring te hebben afgelegd, zal het bewijzen vrij eenvoudig zijn. Mocht een getuige dit niet doen, dan zal moeten worden bewezen dat de getuige opzettelijk onwaarheden heeft verteld. Daarbij is alleen het bewijzen dat de getuige onwaarheden heeft verteld onvoldoende. Een getuige kan zich namelijk ook vergissen. Aangezien de drempel voor het bewijzen redelijk hoog ligt, worden valse verklaringen die niet onder ede zijn afgelegd (en daarmee dus niet onder meineed vallen) in de meeste gevallen niet vervolgd. Dit is natuurlijk anders op het moment dat het zonder twijfel vast staat dat de getuige opzettelijk een valse verklaring heeft afgelegd. In de praktijk zal de getuige hoogstwaarschijnlijk ontkennen en een beroep doen op een vergissing.

Kan meineed verjaren?

Nederland kent voor overtredingen en misdrijven standaard verjaringstermijnen. Als een strafbaar feit is verjaard, kan het openbaar ministerie geen vervolging meer instellen. Verjaringstermijnen zijn wettelijke periodes die bepalen wanneer een strafbaar feit verjaard is. De standaardmeineed (waarop een maximumgevangenisstraf van zes jaar staat) verjaart na twaalf jaar. De verzwaarde meineed (waarop een maximumgevangenisstraf van negen jaar staat) verjaart na twintig jaar.

Wat is het verschoningsrecht?

Het verschoningsrecht is het recht van een getuige om in sommige gevallen geen antwoord te geven op vragen. Dat is een uitzondering, aangezien de getuige onder ede in principe verplicht is antwoord te geven op de vragen die hem gesteld worden. De getuige heeft in tegenstelling tot de verdachte geen zwijgrecht. De uitzondering op de verplichting om te antwoorden is het verschoningsrecht.        De getuige kan in een aantal situaties gebruik maken van het verschoningsrecht. Zo kan de getuige gebruik maken van het verschoningsrecht op grond van een familierelatie met de verdachte. Familieleden tot in de tweede graad van de verdachte kunnen zich beroepen op het verschoningsrecht. Dat zijn de ouders, kinderen, grootouders, kleinkinderen en broers en zussen van de verdachte. Om familieproblemen te voorkomen heeft de wetgever deze uitzondering gemaakt. Op het moment dat de verdachte zijn ouders of partner in vertrouwen vertelt strafbare feiten heeft begaan, kunnen de ouders of partner in een lastige situatie komen, als zij op zitting worden opgeroepen als getuige. Als zij dan liegen, plegen zij meineed. Op het moment dat zij de waarheid spreken, bestaat de kans dat de verdachte (ook) op grond van hun getuigenverklaring een straf krijgt. Om deze lastige situaties te vermijden, kunnen deze familieleden een beroep doen op het verschoningsrecht, om geen antwoord te hoeven geven op vragen van de rechter.

Ook advocaten kunnen zich beroepen op het verschoningsrecht. Zij hebben een vertrouwelijke band met de verdachte en de verdachte heeft het recht om alles te delen met zijn advocaat. De advocaat dient daar vertrouwelijk mee om te gaan en moet zich houden aan zijn geheimhoudingsplicht. Als de verdachte tegen de advocaat bekent een strafbaar delict te hebben gepleegd, maar ervoor wil kiezen om dit niet kenbaar te maken tegen het openbaar ministerie, dan dient de advocaat de bekentenis voor hemzelf te houden. Dat valt onder de geheimhoudingsplicht van de advocaat. Deze geheimhoudingsplicht zou geen zin meer hebben op het moment dat de advocaat verplicht wordt door de rechter om onder ede vragen over de verdachte te beantwoorden. Als de advocaat dan zou ontkennen, zou hij meineed plegen. Daarom zal de advocaat zich beroepen op zijn verschoningsrecht, om op die manier vragen van de rechter niet te hoeven beantwoorden.

Tot slot kan de getuige zelf gebruik maken van zijn verschoningsrecht, als hij door het geven van een antwoord zichzelf zou ‘incrimineren’. Het verbod op ‘zelf-incriminatie’ betekent dat je niet verplicht bent om mee te werken aan je eigen strafvervolging. Op het moment dat jij met de verdachte een overval hebt gepleegd en de verdachte wordt vervolgd, kan het zijn dat jij wordt opgeroepen als getuige, bijvoorbeeld omdat op camerabeelden is te zien dat jij in de buurt bent. Als de rechter vervolgens vraagt wat jij aan het doen was ten tijde van de overval, dan zou het eerlijke antwoord op die vraag zijn, dat jij de verdachte hebt geholpen bij het plegen van de overval. Dat is strafbaar. Op het moment dat je liegt en een andere reden opgeeft, pleeg je meineed. Om deze situatie te voorkomen, kan de getuige een beroep doen op het verschoningsrecht en hoeft hij de vragen van de rechter niet te beantwoorden.

Is meineed hetzelfde als het doen van een valse aangifte?

Nee, meineed is het afleggen van een valse getuigenis onder ede. Iemand die een valse aangifte doet, staat namelijk niet onder ede. Een getuige staat alleen onder ede als hij in de rechtbank verklaringen aflegt of vragen van de rechter beantwoordt. Als je een aangifte doet, doe je dat op het politiebureau en niet in de rechtbank. Overigens is het doen van een valse aangifte wel strafbaar. Naast de vergoeding van de kosten die de politie heeft gemaakt voor het opstellen van de aangifte, riskeert iemand die een valse aangifte doet op grond van artikel 188 van het Wetboek van Strafrecht een gevangenisstraf van maximaal één jaar of een geldboete van maximaal € 9.000. 

Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest
WhatsApp

Direct weten wat je kunt doen?

Wij helpen je graag met jouw juridische vraagstuk. In een gratis intakegesprek met één van onze specialisten bespreken we jouw situatie en vertellen we wat we voor jou kunnen doen.

mr. L.M. van Dijk
Juridisch specialist  
Specialisatie: privaatrecht & bestuursrecht

Meer artikelen:

Nieuwe artikelen ontvangen via de mail

Nieuwe artikelen ontvangen via de mail

Disclaimer

De artikelen van Juspecia zijn met aandacht en zorgvuldigheid geschreven. Toch kan informatie verouderd zijn of niet helemaal correct zijn weergegeven. De juridische kwalificatie van gebeurtenissen hangen af van de omstandigheden van het geval. Neem bij twijfel contact op met een jurist. Juspecia is niet aansprakelijk voor (verkeerd) gebruik van de informatie in de artikelen. Aan de artikelen van Juspecia kunnen geen rechten worden ontleend.

Ⓒ 2021 - All Rights Are Reserved